Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die een mogelijk gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers. Bij het werken met onder andere glas in lood en het verven, verzilveren, lijmen en etsen van glas, kan blootstelling aan gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit kan ook bij het onderhouden van machines en apparaten, het reinigen of afwerken van het glas of het reinigen van de werkplek.
Maatregelen om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen, moeten altijd worden genomen conform de arbeidshygiënische strategie. Dit betekent dat bij het bepalen van goede beheersmaatregelen de volgende volgorde moet worden gehanteerd:
- Aanpak van het gevaar bij de bron, zoals het elimineren van het gebruik van de gevaarlijke stof of het toepassen van een minder gevaarlijke variant.
- Het nemen van collectieve beschermingsmaatregelen, zoals het afzuigen van dampen en gassen en het ventileren van ruimtes, waarbij de gevaarlijke stof wordt afgevoerd.
- Het nemen van technische of organisatorische maatregelen zoals taakroulatie en het verkorten van de blootstellingsduur.
- Het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals adembescherming, beschermende kleding en handschoenen
Voorbeelden bron aanpak:
- Vervangen van dieselheftrucks en gasheftrucks door elektrische heftrucks. Let op: het gebruik van dieselheftrucks tot 4 ton is, vanwege de kankerverwekkende eigenschappen van dieseluitlaatgassen, binnen of in halfopen ruimtes niet toegestaan.
- Gebruik van lijmen en verven zonder of met minder oplosmiddelen.
- Het vervangen van het zaagsel door doeken bij het schoonmaken van glas in loodpanelen
- Het niet meer gebruiken van zwaveldioxide bij het reinigen/beschermen van de rollers van de hardingsoven
Voorbeelden collectieve beschermingsmaatregelen:
- het gebruik van (punt) afzuiging bij het solderen van glas in lood
- het gebruik van bronafzuiging in zeefdrukmachines
- het isoleren van het proces door een aparte ruimte voor het werken met gevaarlijke stoffen, zoals een verfcabine, afgesloten glas in lood atelier, of een ruimte om te verlijmen
Voorbeelden organisatorische beschermingsmaatregelen
- beperk de blootstellingduur door bijvoorbeeld taakroulatie
- verminder de hoeveelheid gevaarlijke stoffen op de werkplek tot maximaal de benodigde werkvoorraad voor één dag
Voorbeelden technische beschermingsmaatregelen
- het automatiseren van het proces, zoals machinaal afkitten van isolatieglas of machinaal zandstralen van glas
Voorbeelden persoonlijke beschermingsmiddelen:
- het gebruik van adembescherming in ruimtes waarin de grenswaarde van de gevaarlijke stof wordt overschreden. Let hierbij goed op het gebruik van de juiste adembescherming. Stoffilters zijn alleen geschikt voor stof, schadelijke gassen worden dan niet tegengehouden. Daarnaast biedt adembescherming een wisselend beschermingsniveau, let hier op.
- draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht indien noodzakelijk. Pas de bescherming aan aan de schadelijke stof waarmee wordt gewerkt.
Bepaal aan de hand van de gebruikte stof en de mate van blootstelling welk beschermingsmiddel u dient toe te passen. Overleg met uw leverancier voor de mogelijkheden. Uw brancheorganisatie of arbodienst kunnen u hierbij mogelijk ook ondersteunen.
"Het toepassen van de arbeidshygiënische strategie ten aanzien van het veilig werken met gevaarlijke stoffen is erg belangrijk. Allereerst dient het gevaar bij de bron te worden bestreden. Pas als dit niet mogelijk is, mogen collectieve, organisatorische of technische maatregelen worden genomen. Als laatste beschermende maatregel mogen persoonlijke beschermingmiddelen worden toegepast".
Om veilig te werken met gevaarlijke stoffen moeten de volgende voorschriften in acht te worden genomen:
Arbowet
Artikel 3: Arbobeleid
Artikel 5: Inventarisatie en evaluatie van risico’s
Artikel 8: Voorlichting en onderricht
Artikel 11: Algemene verplichtingen van de werknemers
Arbobesluit
Hoofdstuk 3: Inrichting arbeidsplaatsen
Hoofdstuk 4: Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Artikel 4.1 Definities
Artikel 4.1a Toepasselijkheid
Artikel 4.1b Zorgplicht van de werkgever
Artikel 4.1c Beperken van blootstelling; algemene preventieve maatregelen
Artikel 4.2 Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen
Artikel 4.2a Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, aanvullende registratie
Artikel 4.3 Grenswaarden
Artikel 4.4 Arbeidshygiënische strategie
Artikel 4.5 Ventilatie
Artikel 4.6 Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen
Artikel 4.7 Maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen
Artikel 4.10d Voorlichting en onderricht
Artikel 4.58 Propaansultonverbod
Artikel 4.59 Specifieke stoffenverbod
Artikel 4.61a Verbod van benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Artikel 4.61b Loodwitverbod
Artikel 4.62a Definitie
Artikel 4.62b Voorkomen van blootstelling; vervangen
Artikel 4.104 Schakelbepaling
Artikel 4.105 Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Artikel 4.106 Deskundig toezicht bij arbeid met gevaarlijke stoffen
Artikel 4.107 Schakelbepaling
Artikel 4.108 Arbeidsverboden lood en loodverbindingen
Artikel 4.109 Arbeidsverboden enkele biologische agentia
Artikel 4.110 Gevaarlijke stoffen
Artikel 4.111 Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
Artikel 4.112 Verpakking en etikettering
Artikel 4.113 Maatregelen
Artikel 4.114 Brandbestrijdingsmiddelen
Artikel 4.115 Voorkomen, beperken van ongewilde gebeurtenissen
Artikel 4.116 Voorlichting
Hoofdstuk 8: Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Arboregeling
Artikel 4.19 Gevaarlijke stoffen
Artikel 4.19a Biologische grenswaarden
Artikel 4.20a Meetfrequentie en analyse van lood in de lucht
Artikel 4.20b Controle van lood in het bloed
REACH
PGS-15
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| 925.46 KB | |
| 841.9 KB | |
| 1.05 MB |